Klimaat en natuur in graslanden (WP1)
Belangrijkste doelstellingen
Het werk aan graslanden (Werkpakket 1) van het COMBINED project heeft als doel het herstellen van de biodiversiteit en het weerbaar maken tegen klimaatextremen van graslanden in gebruik in de melkveesector. Deze graslanden beslaan ongeveer een derde van het Nederlandse landoppervlak en de helft van alle Nederlandse landbouwgrond. Als we deze graslanden beter beheren kunnen we enorme winst behalen in klimaatweerbaarheid van onze voedselproductie en natuurherstel in het agrarisch landschap. Specifiek richten we ons op het verbeteren van de weerbaarheid tegen zomerdroogte, een factor die vooral van belang is voor graslanden op zandgrond.
In COMBINED onderzoeken we hoe kruidenrijk grasland kan werken als ‘multifunctioneel grasland’, waarbij meerdere functies tegelijk worden geoptimaliseerd. We richten ons daarbij op de verschillende functies van kruidenrijk grasland in de Nederlandse melkveehouderij, waaronder gewasopbrengst, bodemgezondheid, koolstofopslag en bovengrondse en ondergrondse biodiversiteit. We onderzoeken deze functies in het veld en verbinden deze aan kennis over hoe multifunctioneel grasland kan passen in de bedrijfsvoering van Nederlandse melkveebedrijven, door mee te nemen waar melkveehouders tegenaanlopen wanneer ze kruidenrijk grasland toepassen. Hieronder stellen we de drie deelprojecten van werkpakket 1 voor.
Met een enthousiast team van 9 onderzoekers en maatschappelijke partners hopen we een mooie en praktische bijdrage te kunnen leveren aan de biodiversiteit en klimaatweerbaarheid van Nederlandse graslanden, op een manier die goed is voor de natuur en aantrekkelijk en haalbaar voor de melkveehouder.
Team
Team leads: Merel Soons en Hens Runhaar, Universiteit Utrecht
Onderzoekers: Noa Tabak, Tessel de Vries, Emma Windey, Yann Hautier, Tina Venema, Merel Soons, Hens Runhaar (Universiteit Utrecht), Stefan Dekker (NIOO), Agnes van den Pol van Dasselaar (AERES)
Maatschappelijke partners: ministerie van LVVN, provincie Utrecht, provincie Gelderland, BIJ12, Planbureau voor de Leefomgeving, LTO, BoerenNatuur, FrieslandCampina, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Landgoed Twickel, Urgenda
Deelproject 1: plant-bodem interacties en multifunctionaliteit
Mijn naam is Noa Tabak, en ik ben verantwoordelijk voor WP1.1. Ik doe onderzoek naar de plant-bodem interactie in graslanden. Wat er in de bodem gebeurt is voor veel mensen (letterlijk) onzichtbaar, maar toch is het super belangrijk voor gezonde grasproductie. Ik kijk hoe de bodem functioneert in verschillende beheerstijlen. Zo onderzoeken we de nutriënten, bodemleven, bodemstructuur en koolstofopslag en kwaliteit in graslanden met verschillende beheerstijlen. Ook kijk ik naar het effect van droogte op de bodem-plant interactie in graslanden. We horen van veel boeren dat kruidenrijke graslanden beter tegen droogte kunnen. Maar hoe zit dat precies? Welke mechanismen in de bodem zorgen hiervoor? Dat proberen wij te achterhalen. Mijn favoriete momenten tijdens werk zijn wanneer we in de velden zijn samen met de koeien, of wanneer we aan de keukentafel zitten bij de boer en praten over van alles en nog wat.

Deelproject 2: bovengrondse biodiversiteit en natuurherstel
Mijn naam is Tessel de Vries en ik doe onderzoek naar de bovengrondse biodiversiteit in graslanden van melkveehouders. Ik onderzoek wat de effecten zijn van kruidenrijk grasland op de aanwezigheid en de diversiteit van planten, insecten en vogels en ook hoe dit wordt beïnvloed door hoe de boer zijn of haar velden beheert (maaien, beweiden, bemesten). Hiernaast meten we ook de opbrengst van het grasland, zodat we een goed beeld krijgen van hoe kruidenrijk grasland voor zowel de boer als voor de natuur een geschikt alternatief is voor de nu nog gangbare Engels raaigraslanden. In 2025 hebben we een eerste proefjaar gedraaid, in 2026 en 2027 verzamelen we verdere data bij zo’n 20 melkveebedrijven en daarna kunnen we hopelijk de eerste conclusies trekken!

Deelproject 3: inpassen van kruidenrijk grasland in het melkveebedrijf
Mijn naam is Emma Windey en ik richt mij op de sociaalwetenschappelijke zijde van graslandbeheer. Grootschalige toepassing van kruidenrijk graslandbeheer kan namelijk enkel bestaan als het ook toepasbaar is in de landbouwsector. Om hieraan bij te dragen focus ik op:
- identificeren van obstakels en kansen die belangrijk zijn bij de implementatie van kruidenrijke, multifunctionele graslanden;
- het bestuderen van inzichten die (on)succesvolle casestudies kunnen bieden om implementatie te motiveren;
- begrijpen hoe beleidsmakers en de agrifood-industrie de landbouw kunnen ondersteunen om de transitie te versnellen;
- de ontwikkeling van transitiepaden voor melkveehouders.
In 2025 heb ik me bezig gehouden met het in kaart brengen van obstakels en kansen voor de adoptie van kruidenrijk grasland in Nederland. Hierbij heb ik vooral de focus gelegd op het perspectief van de melkveehouders, om een duidelijk beeld te krijgen van hun ervaringen en het beslisproces dat ze doorlopen wanneer ze al dan niet besluiten om kruidenrijk grasland toe te passen. Dit legt een goede basis voor mijn vervolgonderzoek.
Veel van mijn werk gebeurde dit jaar nog achter mijn bureau, maar gelukkig mocht ik ook enkele dagen mee op veldwerk met Noa en Tessel!

Klimaat en natuur in bossen (WP2)
Klimaat en natuur in stedelijke gebieden (WP3)
Belangrijkste doelstellingen
Het werk in stedelijke gebieden (Werkpakket 3) van het COMBINED-project heeft tot doel de basis voor toekomstige biodiversiteit en klimaatbestendigheid in stedelijke landschappen te versterken. Het richt zich op het begrijpen hoe klimaatverandering en andere stedelijke drukfactoren soorten en ecologische gemeenschappen beïnvloeden, en hoe stedelijke groene infrastructuur, zoals bomen, parken, groene daken en corridors, kan worden ontworpen om de ecologische stabiliteit te verbeteren en tegelijkertijd klimaatadaptatie te ondersteunen.
Een belangrijke doelstelling is om te bepalen welke soorten en ecologische configuraties het meest effectief bijdragen aan veerkrachtige stedelijke systemen in verschillende klimaatscenario's. Door methoden te ontwikkelen om de dynamiek van de biodiversiteit te koppelen aan klimaatbestendigheid, wil het project een leidraad bieden voor de evaluatie en het ontwerp van klimaatbestendige en biodiverse stedelijke omgevingen. Verder wil het de integratie van stedelijk groen in het beleid voor klimaatadaptatie en biodiversiteit versterken en aantonen hoe ecologische en sociale voordelen in de praktijk kunnen worden gecombineerd.
Ten slotte wil WP3 transformatieve en rechtvaardige veranderingen mogelijk maken door sociale, culturele en bestuurlijke belemmeringen die de uitvoering beperken, aan te pakken. Door samenwerking met gemeenten, onderzoekers en burgers zullen er gezamenlijk trajecten, actieplannen en monitoringkaders worden ontwikkeld die een rechtvaardige, schaalbare en op bewijzen gebaseerde transitie naar klimaatbestendige, biodiverse en duurzame stedelijke landschappen ondersteunen.
Activiteiten/methoden
Met behulp van een multidisciplinaire, vraaggestuurde aanpak onderzoekt het werkpakket de interacties tussen klimaat en biodiversiteit in stedelijke gebieden, waarbij de nadruk ligt op de ontwikkeling en werking van stedelijk groen, van beleids- en planningsprocessen tot de ecologische prestaties van groene ruimtes en hun interactie met de stedelijke omgeving. De methoden omvatten interviews, participatieve workshops, veldwerk, teledetectie, regressie- en ecologische modellering en literatuursynthese. Het onderzoek is adaptief en speelt in op de behoeften en vragen van gemeentelijke en maatschappelijke partners. Het onderzoek wordt voornamelijk uitgevoerd aan de hand van casestudy's in Rotterdam, Den Haag, Groningen, Haarlem en de regio Twente. De inzichten worden samen met gemeenten en belanghebbenden ontwikkeld om kennis en strategieën te genereren die rechtvaardig, praktisch en schaalbaar zijn en die de transitie naar biodiverse en klimaatbestendige steden ondersteunen.
Bijdrage aan COMBINED
Binnen het COMBINED-project draagt dit werkpakket bij aan het vertalen van geïntegreerde onderzoeksresultaten uit stedelijke landschappen naar praktische en toegankelijke hulpmiddelen voor beleid, planning en beheer. Het zal besluitvormingsondersteunende instrumenten, scenario-gebaseerde richtlijnen en gestructureerd communicatiemateriaal opleveren die helpen om biodiversiteit en klimaatbestendigheid te integreren in de dagelijkse stedelijke en regionale planning. De output omvat onder meer briefings voor praktijkbeoefenaars, trainingsmodules en co-creatie workshops die wetenschap, bestuur en lokale implementatie met elkaar verbinden. Door samenwerking en kennisuitwisseling tussen onderzoekers, gemeenten en belanghebbenden te bevorderen, zorgt dit werkpakket ervoor dat de wetenschappelijke inzichten van COMBINED effectief in de praktijk worden gebruikt ter ondersteuning van adaptief, rechtvaardig en toekomstbestendig landschapsbeheer in heel Nederland.
Team
Team leads: Roy Remme1, Paulo van Breugel2, Steven McGreevy3
Team members: Joeri Morpurgo12, Jill den Boer1, Alexander van Oudenhoven1, Margje Voeten2, Catherine Koekoek3, Charné Theron4, Floris Boogaard4, Sterre Koops4, Berry van der Hoorn5, William Voorberg6, Paul van der Donk2, Esther Turnhout3, Clara Veerkamp7, Peter van Bodegom1, Thomas Groen3, Louise Willemen3, Sharlene Gomes1,
Organisations: 1. Leiden University, 2. HAS green academy, 3. University of Twente, 4. Hanze Hogeschool, 5. InHolland, 6. Naturalis, 7. Planbureau voor de leefomgeving, 8. Gemeente Den Haag, 9. Gemeente Groningen, 10. Natuurmonumenten



