
Credit: Immo Wegmann (Unsplash)

Het werk aan graslanden (Werkpakket 1) van het COMBINED project heeft als doel het herstellen van de biodiversiteit en het weerbaar maken tegen klimaatextremen van graslanden in gebruik in de melkveesector. Deze graslanden beslaan ongeveer een derde van het Nederlandse landoppervlak en de helft van alle Nederlandse landbouwgrond. Als we deze graslanden beter beheren kunnen we enorme winst behalen in klimaatweerbaarheid van onze voedselproductie en natuurherstel in het agrarisch landschap. Specifiek richten we ons op het verbeteren van de weerbaarheid tegen zomerdroogte, een factor die vooral van belang is voor graslanden op zandgrond.
In COMBINED onderzoeken we hoe kruidenrijk grasland kan werken als ‘multifunctioneel grasland’, waarbij meerdere functies tegelijk worden geoptimaliseerd. We richten ons daarbij op de verschillende functies van kruidenrijk grasland in de Nederlandse melkveehouderij, waaronder gewasopbrengst, bodemgezondheid, koolstofopslag en bovengrondse en ondergrondse biodiversiteit. We onderzoeken deze functies in het veld en verbinden deze aan kennis over hoe multifunctioneel grasland kan passen in de bedrijfsvoering van Nederlandse melkveebedrijven, door mee te nemen waar melkveehouders tegenaanlopen wanneer ze kruidenrijk grasland toepassen. Hieronder stellen we de drie deelprojecten van werkpakket 1 voor.
Met een enthousiast team van 9 onderzoekers en maatschappelijke partners hopen we een mooie en praktische bijdrage te kunnen leveren aan de biodiversiteit en klimaatweerbaarheid van Nederlandse graslanden, op een manier die goed is voor de natuur en aantrekkelijk en haalbaar voor de melkveehouder.
Team leads: Merel Soons en Hens Runhaar, Universiteit Utrecht
Onderzoekers: Noa Tabak, Tessel de Vries, Emma Windey, Yann Hautier, Tina Venema, Merel Soons, Hens Runhaar (Universiteit Utrecht), Stefan Dekker (NIOO), Agnes van den Pol van Dasselaar (AERES)
Maatschappelijke partners: ministerie van LVVN, provincie Utrecht, provincie Gelderland, BIJ12, Planbureau voor de Leefomgeving, LTO, BoerenNatuur, FrieslandCampina, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Landgoed Twickel, Urgenda
Mijn naam is Noa Tabak, en ik ben verantwoordelijk voor WP1.1. Ik doe onderzoek naar de plant-bodem interactie in graslanden. Wat er in de bodem gebeurt is voor veel mensen (letterlijk) onzichtbaar, maar toch is het super belangrijk voor gezonde grasproductie. Ik kijk hoe de bodem functioneert in verschillende beheerstijlen. Zo onderzoeken we de nutriënten, bodemleven, bodemstructuur en koolstofopslag en kwaliteit in graslanden met verschillende beheerstijlen. Ook kijk ik naar het effect van droogte op de bodem-plant interactie in graslanden. We horen van veel boeren dat kruidenrijke graslanden beter tegen droogte kunnen. Maar hoe zit dat precies? Welke mechanismen in de bodem zorgen hiervoor? Dat proberen wij te achterhalen. Mijn favoriete momenten tijdens werk zijn wanneer we in de velden zijn samen met de koeien, of wanneer we aan de keukentafel zitten bij de boer en praten over van alles en nog wat.

Mijn naam is Tessel de Vries en ik doe onderzoek naar de bovengrondse biodiversiteit in graslanden van melkveehouders. Ik onderzoek wat de effecten zijn van kruidenrijk grasland op de aanwezigheid en de diversiteit van planten, insecten en vogels en ook hoe dit wordt beïnvloed door hoe de boer zijn of haar velden beheert (maaien, beweiden, bemesten). Hiernaast meten we ook de opbrengst van het grasland, zodat we een goed beeld krijgen van hoe kruidenrijk grasland voor zowel de boer als voor de natuur een geschikt alternatief is voor de nu nog gangbare Engels raaigraslanden. In 2025 hebben we een eerste proefjaar gedraaid, in 2026 en 2027 verzamelen we verdere data bij zo’n 20 melkveebedrijven en daarna kunnen we hopelijk de eerste conclusies trekken!

Mijn naam is Emma Windey en ik richt mij op de sociaalwetenschappelijke zijde van graslandbeheer. Grootschalige toepassing van kruidenrijk graslandbeheer kan namelijk enkel bestaan als het ook toepasbaar is in de landbouwsector. Om hieraan bij te dragen focus ik op:
In 2025 heb ik me bezig gehouden met het in kaart brengen van obstakels en kansen voor de adoptie van kruidenrijk grasland in Nederland. Hierbij heb ik vooral de focus gelegd op het perspectief van de melkveehouders, om een duidelijk beeld te krijgen van hun ervaringen en het beslisproces dat ze doorlopen wanneer ze al dan niet besluiten om kruidenrijk grasland toe te passen. Dit legt een goede basis voor mijn vervolgonderzoek.
Veel van mijn werk gebeurde dit jaar nog achter mijn bureau, maar gelukkig mocht ik ook enkele dagen mee op veldwerk met Noa en Tessel!

Hoofddoelstelling
De toekomst van Nederlandse bossen is ecologisch and politiek onzeker. Het is onduidelijk hoe het Nederlandse klimaat precies gaat veranderen. Dat roept vragen op over hoe bosbeheer en bosbeleid de toekomst kunnen anticiperen. Het is goed mogelijk dat een verandering in soortstelling nodig is om het bos adaptief te maken naar veranderingen omstandigheden, maar het is onbekend welke soorten passen in het toekomstige ecosysteem. Daarbij wordt er verwacht dat bossen klimaatverandering mitigeren met koolstofopslag, hout blijven produceren voor een duurzame economie, bijdragen aan biodiversiteitsdoelstellingen, en genoeg recreatieruimte bieden voor de stedelijke populatie. Het navigeren van deze verschillende sociale eisen is bijzonder complex gezien de toekomstige onzekerheden.
Het doel van dit werkpakket is om beter te begrijpen hoe we het Nederlandse boslandschap klimaatbestendig kunnen maken, terwijl de biodiversiteit en de verscheiden sociale functies in stand worden gehouden. Wij benaderen het bos vanuit verschillende disciplines en over verschillende schalen, waarbij ecologische kennis geïntegreerd wordt met management en beleid. Klimaatbestendigheid, waaronder resistentie tegen droogte en andere klimaatextremen, wordt bestudeerd op het niveau van soorten, herkomsten, opstanden, en mozaïeklandschappen. Daarnaast zal het werkpakket verschillende bos- en landschapsbeheer strategieën evalueren en robuuste context-specifieke maatregelen identificeren voor klimaatslimbosbeheer. Beleidstechnisch gaat het werkpakket in op sociale, politieke en institutionele voorwaarden voor beleidsverandering. Het doel hierbij is het verkennen van alternatieve bosbeleidsstrategieën die responsief zijn naar de onzekere toekomst.
Team
Teamcoördinatoren: Frank Sterck1, Marjanke Hoogstra-Klein1, Wietske Bijker2, Jelle Behagel1
Onderzoekers: Roald Nooijens1, Maaike Breedveld2, Marleen Vos1, Alex Neidermeier1
Betrokken partners: Ute Sass-Klaassen3, Paul Copini1, Monique Weemstra1, Georg Winkel1, Tomas Groen2, Louise Willemen2, Staatsbosbeheer, VBNE, Natuurmonumenten, BIJ12
Organisaties: 1. Wageningen Universiteit, 2. Universiteit van Twente, 3. Van Hall Larenstein
Subproject 1: Klimaatbestendigheid en diversiteit van bossen
Onderzoeker: Marleen Vos, postdoc
Klimaatverandering heeft steeds meer invloed op bosecosystemen en beïnvloedt de groei en overleving van bomen, alsook de algehele biodiversiteit. Stijgende temperaturen en de toenemende frequentie van extreme weersomstandigheden, zoals hete droogteperiodes en late voorjaarsvorst, vormen grote uitdagingen voor de veerkracht van bossen.
In dit project onderzoeken we of inheemse loofboomsoorten kunnen overleven onder deze veranderende omstandigheden. We onderzoeken voor 14 soorten hoe deze reageren op klimaatextremen. Wij doen dit op verschillende bodemtypen, omdat de reactie van soorten sterk kan variëren afhankelijk van de groeiplaats. In drie verschillende regio’s in Nederlands, bemonsteren we bomen die groeien op zandgronden, leemrijke bodem, en kleigronden. Via dendrochronologische analyse reconstrueren we hoe de groei van de bomen heeft gereageerd op extreme weersomstandigheden en evalueren we de herstelcapaciteit van de bomen. Met deze inzichten kunnen we een praktische gids ontwikkelen voor het gebruik van inheemse loofboomsoorten op verschillende bodemtypen.
Naast inheemse soorten, verkennen we de potentie van uitheemse soorten als onderdeel van een geassisteerde-migratiestrategie. We onderzoeken 8 loofboomsoorten en 8 naaldboomsoorten die ofwel waardevol zijn voor houtproductie, ofwel nauw verwant zijn aan inheemse soorten (bv. Fagus orientalis). Gebruikmakende van dezelfde dendrochronologische methodes, evalueren we de productiviteit en klimaatkwetsbaarheid van deze soorten.
Tot slot onderzoeken we de lange-termijnveranderingen in bodembiodiversiteit door vroegere experimentplots opnieuw te meten. Hierdoor kunnen we een trend in biodiversiteit meten. Ondanks de gecombineerde effecten van klimaatverandering en stikstofdepositie binnen de reikwijdte van deze studie niet volledig kunnen worden onderscheiden, zal de data inzichtelijk maken hoe bodembiodiversiteit is ontwikkelt onder veranderende milieuomstandigheden.
Subproject 2: Forest management practices for the future
Researcher: Alex Neidermeier, post-doc
Binnen het COMBINED project onderzoek ik hoe Nederlandse bosbeheerders en boseigenaren reageren op klimaatverandering, en welke ondersteuning nodig is om de toekomstige klimaatbestendigheid van hun bossen te versterken. Mijn werk combineert stakeholderbetrokkenheid met ruimte analyse, om meer grip te krijgen op waar bepaalde klimaatslimbosbeheermaatregelen worden toegepast, hoe de effectiviteit van deze maatregelen wordt gezien, en welke factoren de implementatie van deze maatregelen beïnvloed.
Ik werk samen met mensen uit de praktijk via opinieonderzoek, interviews in het veld, en participatieve scenario workshops. Op deze manier verkennen we toekomstige opties voor bosbeheer en identificeren we strategieën om biodiversiteit, klimaatbestendigheid, en ecosysteemdienstenlevering te ondersteunen onder veranderende klimaatomstandigheden. Het uiteindelijk doel is om een praktijkgericht aanbevelingen te formuleren voor bosbeheer en bosbeleid in Nederland.
Subproject 3: Upscaling drought resilience and robustness of biodiversity to landscape level
Researcher: Maaike Breedveld, PhD candidate
Mijn onderzoek gaat over droogtebestendigheid op het niveau van het landschap. Het landschap in Nederland bestaat uit een mozaïek van graslanden en bossen. Ik wil begrijpen hoe de eigenschappen van dit mozaïek beïnvloeden hoe vegetatie reageert op droogte. Blijven sommige graslanden en bossen groener dan andere? Maakt het uit hoe groot ze zijn of hoe dicht ze bij elkaar liggen? Daarnaast onderzoek ik hoe de droogtebestendigheid van een landschap gemonitord kan worden. En in hoeverre is ons huidige landschap bestand tegen de toenemende droogte in de toekomst? Om dit te onderzoeken gebruik ik satellietbeelden waarmee ik de gezondheid van vegetatie over grote gebieden kan volgen en ruimtelijke patronen zichtbaar kan maken. Dit combineer ik met weergegevens en metingen uit het veld. Uiteindelijk hoop ik met mijn onderzoek bij te kunnen dragen aan meer toekomstbestendige landschappen in Nederland.
Subproject 4: Future forest policy pathways
Reseacher: Roald Nooijens, PhD candidate
Bosbeleid en toekomstbeelden beïnvloeden elkaar wederzijds. Enerzijds is beleid gericht op het realiseren van toekomsten die politiek verlangt worden, en het voorkomen van ongewenste toekomsten. Hiertoe anticipeert beleid op toekomstverwachtingen en poogt beleid de onzekerheid van de toekomst te reduceren door grijpbare toekomstvisies en concrete doelstellingen te formuleren. Anderzijds hebben representaties en verbeeldingen van de toekomst invloed op de toekomst die in beleid wordt geanticipeerd en beoogt. Bijvoorbeeld, klimaatmodellen hebben verwachtingen van de toekomst verandert, waardoor bosbeleid de toekomst anders is gaan anticiperen. Bovendien tracht bosbeleid verschillende sociale verbeeldingen van de toekomst te navigeren.
Het doel van mijn onderzoek is het verkennen van hoe toekomstig Nederlands bosbeleid responsief kan zijn naar de onzekerheid van klimaatverandering en de veranderlijkheid van sociale en politieke eisen die aan toekomstige bossen worden gesteld. Mijn doctoraatsonderzoek bestaat uit drie delen. Ten eerste analyseer ik hoe de rol van de toekomst in bosbeleid is veranderd. Hierbij focust ik op de sociale en politieke omstandigheden waaronder de verbeelding en representatie van de toekomst veranderden. Ten tweede onderzoek ik de huidige percepties van en verlangens naar de toekomst in de context van klimaatonzekerheid. Een belangrijk onderdeel hiervan is de kloof tussen de toekomst zoals deze ervaren wordt en de toekomst zoals deze in beleid geformuleerd staat. Tot slot verken ik mogelijke beleidsveranderingen als antwoord op de gevonden institutionele en sociale obstakels.
Het werk in stedelijke gebieden (Werkpakket 3) van het COMBINED-project heeft tot doel de basis voor toekomstige biodiversiteit en klimaatbestendigheid in stedelijke landschappen te versterken. Het richt zich op het begrijpen hoe klimaatverandering en andere stedelijke drukfactoren soorten en ecologische gemeenschappen beïnvloeden, en hoe stedelijke groene infrastructuur, zoals bomen, parken, groene daken en corridors, kan worden ontworpen om de ecologische stabiliteit te verbeteren en tegelijkertijd klimaatadaptatie te ondersteunen.
Een belangrijke doelstelling is om te bepalen welke soorten en ecologische configuraties het meest effectief bijdragen aan veerkrachtige stedelijke systemen in verschillende klimaatscenario's. Door methoden te ontwikkelen om de dynamiek van de biodiversiteit te koppelen aan klimaatbestendigheid, wil het project een leidraad bieden voor de evaluatie en het ontwerp van klimaatbestendige en biodiverse stedelijke omgevingen. Verder wil het de integratie van stedelijk groen in het beleid voor klimaatadaptatie en biodiversiteit versterken en aantonen hoe ecologische en sociale voordelen in de praktijk kunnen worden gecombineerd.
Ten slotte wil WP3 transformatieve en rechtvaardige veranderingen mogelijk maken door sociale, culturele en bestuurlijke belemmeringen die de uitvoering beperken, aan te pakken. Door samenwerking met gemeenten, onderzoekers en burgers zullen er gezamenlijk trajecten, actieplannen en monitoringkaders worden ontwikkeld die een rechtvaardige, schaalbare en op bewijzen gebaseerde transitie naar klimaatbestendige, biodiverse en duurzame stedelijke landschappen ondersteunen.
Met behulp van een multidisciplinaire, vraaggestuurde aanpak onderzoekt het werkpakket de interacties tussen klimaat en biodiversiteit in stedelijke gebieden, waarbij de nadruk ligt op de ontwikkeling en werking van stedelijk groen, van beleids- en planningsprocessen tot de ecologische prestaties van groene ruimtes en hun interactie met de stedelijke omgeving. De methoden omvatten interviews, participatieve workshops, veldwerk, teledetectie, regressie- en ecologische modellering en literatuursynthese. Het onderzoek is adaptief en speelt in op de behoeften en vragen van gemeentelijke en maatschappelijke partners. Het onderzoek wordt voornamelijk uitgevoerd aan de hand van casestudy's in Rotterdam, Den Haag, Groningen, Haarlem en de regio Twente. De inzichten worden samen met gemeenten en belanghebbenden ontwikkeld om kennis en strategieën te genereren die rechtvaardig, praktisch en schaalbaar zijn en die de transitie naar biodiverse en klimaatbestendige steden ondersteunen.
Binnen het COMBINED-project draagt dit werkpakket bij aan het vertalen van geïntegreerde onderzoeksresultaten uit stedelijke landschappen naar praktische en toegankelijke hulpmiddelen voor beleid, planning en beheer. Het zal besluitvormingsondersteunende instrumenten, scenario-gebaseerde richtlijnen en gestructureerd communicatiemateriaal opleveren die helpen om biodiversiteit en klimaatbestendigheid te integreren in de dagelijkse stedelijke en regionale planning. De output omvat onder meer briefings voor praktijkbeoefenaars, trainingsmodules en co-creatie workshops die wetenschap, bestuur en lokale implementatie met elkaar verbinden. Door samenwerking en kennisuitwisseling tussen onderzoekers, gemeenten en belanghebbenden te bevorderen, zorgt dit werkpakket ervoor dat de wetenschappelijke inzichten van COMBINED effectief in de praktijk worden gebruikt ter ondersteuning van adaptief, rechtvaardig en toekomstbestendig landschapsbeheer in heel Nederland.
Team leads: Roy Remme1, Paulo van Breugel2, Steven McGreevy3
Team members: Joeri Morpurgo12, Jill den Boer1, Alexander van Oudenhoven1, Margje Voeten2, Catherine Koekoek3, Charné Theron4, Floris Boogaard4, Sterre Koops4, Berry van der Hoorn5, William Voorberg6, Paul van der Donk2, Esther Turnhout3, Clara Veerkamp7, Peter van Bodegom1, Thomas Groen3, Louise Willemen3, Sharlene Gomes1,
Organisations: 1. Leiden University, 2. HAS green academy, 3. University of Twente, 4. Hanze Hogeschool, 5. InHolland, 6. Naturalis, 7. Planbureau voor de leefomgeving, 8. Gemeente Den Haag, 9. Gemeente Groningen, 10. Natuurmonumenten


Onze activiteiten in de drie landschappen vormen de basis voor lessen die over landschappen heen kunnen worden geleerd. We stemmen onze activiteiten op elkaar af om deze synthese mogelijk te maken.
Binnen COMBINED worden dezelfde onderzoeksvragen onderzocht in ecosystemen in graslanden, bossen en stedelijke natuur. COMBINED creëert daarmee een omgeving waarin ecosysteemspecialisten met elkaar werken om van elkaar te leren (uitwisseling van vaardigheden, kennis, methoden en technieken tussen ecosystemen) en hun aanpakken te harmoniseren (overkoepelende methodologische benaderingen, KPI’s en beslissingsondersteunende instrumenten). Op deze manier zijn consortiumpartners betrokken bij interdisciplinaire (en in de meeste gevallen transdisciplinaire) onderzoeksactiviteiten binnen hun eigen landschap, evenals bij meer gespecialiseerde, thematische (monodisciplinaire) onderzoeksactiviteiten samen met experts uit vergelijkbare vakgebieden in andere landschappen.
Deze samenwerkingen en harmonisatie vormen de basis voor synthese tussen ecosystemen en landschappen. Onze activiteiten richten zich op het ontwikkelen van resultaten met een langdurige, landschaps-overstijgende relevantie. De uiteindelijke vorm van deze resultaten wordt tijdens het project gezamenlijk ontworpen met de relevante stakeholders. Concreet zullen wij:
Team:
Louise Willemen (UT), Merel Soons (UU), Jelle Behagel (WU), Margje Voeten (HAS) met alle consortiumleden.
